Papegaaiduiker

17-06-2017
Papegaaiduiker op de Farne eilanden.

Arrow
Arrow
Slider

 

Papegaaiduiker

De papegaaiduiker (Fratercula arctica, ook Engels onvertaald Puffin) is een opvallende vogel uit de familie van alken (Alcidae). Hij is gemakkelijk te herkennen aan het zwart-witte verenkleed en de grote, tijdens het broedseizoen felgekleurde snavel.
Door zijn uiterlijk en manier van voortbewegen wordt hij soms “de clown der zeevogels” genoemd, en ook wel eerbiediger “de priester”.

Kenmerken
De papegaaiduiker wordt 28 tot 34 cm lang. Hij is de kleinste soort uit het geslacht Fratercula. Hij heeft een vleugelspanwijdte van 50 tot 60 cm en weegt ongeveer 300 tot 700 gram. Hij eet voornamelijk vis. In de winter is de snavel kleiner, in de nazomer verdwijnen de buitenste lagen. Het zijn acht verschillende stukjes en deze ‘plaatjes’ laten soms slechts gedeeltelijk los.(bron?) Bij het duiken is dit een lastige belemmering. De papegaaiduiker kan deze echter lostrekken met behulp van een nagel aan de buitenteen. Deze is halfcirkelvormig gekromd en staat niet recht vooruit, maar is zijdelings plat neergedrukt met de vlijmscherpe punt naar buiten. De snavel van de juvenielen is ook kleiner dan dat van de volwassen exemplaren.
Leefwijze[bewerken]
Het voedsel bestaat uit vis, kreeftjes, wormen en schaaldieren.
Verspreiding[bewerken]
Hij komt voor in het Noord-Atlantisch gebied, waar hij in kolonies broedt in zelfgegraven holen op steile grazige hellingen op rotskusten. Hij overwintert op volle zee, verder van de kust dan andere alken. Papegaaiduikers worden in Nederland en België gerekend tot de zeldzame wintergasten langs de kust. Hun broedgebieden bevinden zich aan de kusten van de Atlantische Oceaan, ongeveer tot aan de Noordelijke IJszee. De grootste kolonie leeft op IJsland. Verder leven papegaaiduikers op de eilanden van Schotland, de Hebriden, in Ierland, Groenland, Nova Zembla, Noorwegen, Spitsbergen en aan de noordoostkust van Noord-Amerika. In de winter trekken ze verder naar het zuiden, tot aan de hoogte van de Middellandse Zee.
De soort telt 3 ondersoorten:
F. a. arctica: van oostelijk Canada en de noordoostelijke Verenigde Staten tot IJsland, centraal en zuidelijk Noorwegen tot zuidelijk Nova Zembla.
F. a. grabae: van de Faeröer-eilanden tot zuidelijk Noorwegen, de Britse Eilanden en noordwestelijk Frankrijk.
F. a. naumanni: van noordelijk Canada en Groenland tot noordelijk Nova Zembla.
Voortplanting[bewerken]
Ze broeden in kolonies, soms van enkele tientallen broedparen, soms van vele duizenden. Dit is de enige tijd dat de paren elkaar weer tegenkomen na een winter eenzaam op zee geleefd te hebben. Ze versterken hun band door hun snavels tegen elkaar aan te tikken. Graag benutten ze hellingen met een uitzicht over de open zee. Daar graven ze nestgangen, die in lengte variëren van één tot twee meter. Aan het eind van zo’n gang bevindt zich een ondiep kuiltje waarin plantenmateriaal en veren komen te liggen. Doorgaans wordt één ei, sporadisch twee, gelegd. Het is witachtig van kleur, soms voorzien van lichtbruine vlekjes. Het is erg groot: ruim 6 cm lang, 2 cm langer dan dat van een duif, die ongeveer even groot is als de papegaaiduiker. Het broeden vergt ongeveer zes weken en geschiedt hoofdzakelijk door het vrouwtje.
Het jong wordt gevoed met visjes, die soms van grote afstand moeten worden gehaald. De snavel is dusdanig ingericht dat de vogels een flink aantal visjes tegelijk kunnen vasthouden. Op een gegeven moment laten de ouders het kind in de steek. Dit wordt op den duur erg hongerig en gaat buiten een kijkje nemen, richting de zee. Doorgaans vindt dit ’s nachts plaats, ook wel in de schemering. Dan vallen vele jongen ten prooi aan mantelmeeuwen en jagers. De vogels overwinteren in volle zee. Als ze sterven, zinken ze.

Jacht

Jagen op papegaaiduikers

Op de Faeröereilanden worden papegaaiduikers als een delicatesse beschouwd
Op sommige plaatsen in IJsland en op de Faeröereilanden wordt er legaal op de papegaaiduiker gejaagd. Daar is het (gegrilde) vlees een delicatesse. Eieren worden ook uit het nest meegenomen voor consumptie. Buitenlanders vinden papegaaiduikervlees meestal minder lekker omdat het enigszins naar visolie, levertraan smaakt.

Status
De Europese populatie van de papegaaiduiker (80% van de wereldpopulatie) werd in 2015 door BirdLife International geschat op 9,55 tot 11,6 miljoen volwassen individuen. De populatie-aantallen nemen echter af in een verontrustend hoog tempo (meer dan 50% gedurende drie generaties). De oorzaken zijn waarschijnlijk de introductie van invasieve diersoorten, watervervuiling, voedseltekort door concurrentie met de zeevisserij en sterfte in visnetten. Om deze redenen staat deze soort sinds 2015 als kwetsbaar op de Rode Lijst van de IUCN.

(Tekst bron: wikipedia.org)
(bron: wmnatuurfotografie.nl)

Reacties

reacties (17) op “Papegaaiduiker”

  1. Riny schreef:

    Hoi Wilco
    Gaaf hè,wat zijn ze mooie !
    Ze staan er perfect op !

  2. Fred asmussen schreef:

    Heel mooi verslag en mooie foto,s erbij

  3. gerrit schreef:

    Hoi Wilco geweldige foto’s Had graag mee gegaan, lijkt mij een geweldige ervaring .
    groetjes .

  4. Ruud schreef:

    Supermooi Wilco

  5. Kees Leerentveld schreef:

    Prachtige foto’s Wilco,

  6. Patricia aka Duena Bee schreef:

    Heel mooi Wilco, het was inderdaad een heerlijk tripje !
    Tof dat je er ook zoveel info bij hebt geplaatst.

  7. ElsaR schreef:

    Super !!! Prachtige foto’s Wilco! Een hele mooie vogel ☻

  8. Toon schreef:

    Prachtige foto’s Wilco!! Samen met je verslag heb je er een interessant en leerzaam stuk van gemaakt. Top!!!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *